vrijdag 3 februari 2012

drieenzestig was een goed jaar

de kapitein danste op de golven
en achter hem aan de kok met een mes
en een troep hongerige wolven

de bemanningsleden raakten niet van de wijs
ze dronken een goed glas
baden tot de Heer om een wonder
en dat smolt het ijs

Paping haalde de schaatsen uit het vet
smeerde z'n gezicht in met uierzalf
de wind tekende bloemen op het raam
en walvisvaarders voeren af en aan

zoveel jaar na datum
word ik nog steeds onpasselijk
van de lucht van levertraan

Geen opmerkingen:

Een reactie posten